De Wet tegemoetkoming loondomein, afgekort Wtl, is in het leven geroepen om werkgevers financieel te ondersteunen. Zo bestaat de wet tegemoetkoming loondomein (Wtl) uit het loonkostenvoordeel (LKV) en het lage-inkomensvoordeel (LIV). Een hoop afkortingen, dus tijd om het in dit artikel uitgebreid uit te leggen.

Loonkostenvoordeel (LKV)

De tegemoetkoming is voor werkgevers die medewerkers in dienst nemen die minder kansen hebben op de arbeidsmarkt. Dit geldt voor medewerkers vanaf een bepaalde leeftijd en medewerkers met een bepaalde beperking, zoals een handicap of een (langdurige) ziekte. De wet tegemoetkoming loondomein (Wtl) dient een eerder bestaande premiekorting, voor arbeidsgehandicapte en oudere medewerkers, te vervangen en is vanaf januari 2018 gaan gelden. De voordelen in deze tegemoetkoming zijn bedacht om een inclusievere en eerlijkere arbeidsmarkt te creëren, waar iedereen een gelijke kans heeft. Vanaf 1 januari 2018 zijn de volgende vier redenen voor loonkostenvoordelen ingegaan:

  • Oudere medewerker;
  • Herplaatsen arbeidsgehandicapte medewerker;
  • Doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden;
  • Arbeidsgehandicapte medewerker.
Wtl

Hoogte LKV

Er zijn bepaalde voorwaarden die de hoogte bepalen van de toelage binnen de Wtl. Deze voorwaarden zijn hieronder in een opsomming beschreven.

  • Oudere medewerker, €3,05 per verloond uur, maximaal €6000 per jaar voor 3 jaar
  • Arbeidsgehandicapte medewerker, €3,05 per verloond uur, maximaal €6000 per jaar voor 3 jaar
  • Doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden, €1,01 per verloond uur, maximaal €2000 per jaar voor 3 jaar
  • Herplaatsen arbeidsgehandicapte medewerker, €3,05 per verloond uur, maximaal €6000 per jaar voor 1 jaar

Lage-inkomensvoordeel (LIV)

Het tweede deel van de Wet tegemoetkoming loondomein (Wtl) bestaat uit het lage-inkomensvoordeel, deze is bedoeld voor het dekken van de loonkosten voor medewerkers met een lager inkomen. Dit is tevens de eerste tegemoetkoming van Wtl die gelanceerd is en geldt vanaf januari 2017. Om op dit voordeel aanspraak te kunnen maken zijn de volgende vier voorwaarden in de Wtl opgenomen. Het personeelslid moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Heeft nog niet de AOW-leeftijd bereikt en heeft geen loondispensatie (i.v.m. een Wajong-uitkering);
  • Heeft minimaal 1.248 verloonde uren per jaar gewerkt;
  • Verdient gemiddeld per uur minimaal 100% en niet meer dan 125% van het minimumloon. Het gemiddelde uurloon moet dus liggen tussen de dan geldende normen vanuit de overheid, de Wtl loopt namelijk synchroon met dit uurloon;
  • Het personeelslid is verzekerd voor medewerkersverzekeringen.

Hoogte LIV

Zodra een medewerker in 2021 minimaal een uurloon verdient tussen de 100% en 125% heeft de werkgever recht op een vergoeding. In 2021 is deze vergoeding vastgesteld op € 0,49 per medewerker per verloond uur. Verloonde uren zijn de uren waarover de werkgever de medewerker loon heeft betaald. De maximale vergoeding kan oplopen tot € 960 per medewerker per jaar. Let op: uurlonen zijn inclusief vakantiegeld.

De Belastingdienst controleert de hoogte en het recht op één van de toelages uit de Wet tegemoetkoming loondomein (Wtl), dit kunnen zij vaststellen aan de hand van de loonheffing aangiftes.

Reglement Wtl

Voor de Wtl regeling gelden er bepaalde voorwaarden waaraan moet worden voldaan. Zo moet er binnen drie maanden na indiensttreding een aanvraag worden gedaan voor een doelgroepverklaring. Deze kan enkel worden aangevraagd zodra de medewerker hiervoor een machtiging heeft ondertekend. Let op: de regelingen kunnen niet beide worden toegepast, mochten beide van toepassing zijn dan is de tegemoetkoming met de hoogste financiële bijdrage leidend.